Monday, January 08, 2007

Met de camper door Australië

4 januari
Ciril haalde ons op aan de luchthaven in Sydney. Alles was er zo proper en net! Ik mocht er zelfs een gratis telefoontje doen.
En dan begon onze zoektocht naar een auto of camper. We reden heel wat af, zochten nog eens op het internet en belden enkele mensen op, tot we uiteindelijk toch een camper vonden die er wel goed uitzag. Maar het was al avond, dus kon de betaling niet meer gebeuren. En daarom besloten we nog een dagje te wachten.

5 januari
Met de bus reden we naar de stad. Op onze weg passeerden we een Aldi. Ciril vertelde ons dat Australiërs daar vooral Belgische chocolade kopen.
Wij kochten vandaag een echte camper in de backpackers-carmarket in Kings Cross. Het duurde wel een hele tijd eer alle papieren in orde waren, maar om 6 uur reden we dan toch met onze eigen camper weg, op zoek naar een slaapplaats.

6 januari
Ciril had heel wat met ons rondgereden op zoek naar een camper, dus besloten we vandaag voor zijn gezin een maaltijd te bereiden. We gingen inkopen doen in het winkelcentrum, dronken een glaasje op het nieuwe jaar, bakten brood, maakten een soort stoofvlees met rode wijn en vele groenten en aten als dessert vanillepudding met warme rode krieken. Het was heel gezellig. Ciril was blij toen het even regende, want door de waterregels mogen ze hun zwembad momenteel niet bijvullen. Ook zijn tuin mag hij slechts 2x per week water geven. Maar hij vindt dit nog meevallen. Wie in de buurt van Melbourne woont, mag nog minder water gebruiken.

7 januari
De 2 gasflessen die we bij onze camper kregen, waren leeg, dus gingen we op zoek naar nieuwe flessen. We kochten ook nog enkele andere benodigdheden voor de camper en gingen tanken.
Dit liep slecht af, want Gerrit bracht een beetje benzine in onze watertank. Het zal een hele klus worden om dat eruit te krijgen. Zeker als je weet dat je hier maar beperkt water mag gebruiken.
Voorlopig gebruikten we dus flessen die we met water opvullen en proberen we beetje bij beetje de tank te legen, te zuiveren met een speciaal product, te vullen en opnieuw te legen. We willen zeker zijn, dus zullen we dit water niet gauw gebruiken om eten te bereiden.
Na de middag brachten we een Vlaams gezin in Pendle Hill een bezoekje. Zij wonen er sinds enkele maanden met hun zoontje en stellen het er prima. Gerrit dronk er een Duvel, we aten er zelfgebakken cake en babbelden heel wat af.

8 en 9 januari
We trokken landinwaarts naar de Blue Mountains en parkeerden er onze camper op een camping vlakbij Echo Point en de Three Sisters, enkele mooie plaatsen in de Blue Mountains. Het gebied dankt zijn naam aan het feit dat de vluchtige damp van miljarden eucalyptusbladeren er als een blauwe nevel in de lucht hangt. Wij trokken onze wandelschoenen aan en gingen op stap. Het was nodig. Hondjes moeten af en toe eens uitgelaten worden. Gretel en Sebastian waren bijna niet bij te houden in hun enthousiasme op weg naar de verschillende uitkijkpunten in het gebied. Maar het is er dan ook heel mooi. Steile kliffen, diepe ravijnen, watervallen, zandstenen zuilen en cockatoos maken het gebied heel speciaal. We besloten dan ook om de volgende dag een stevige wandeling naar de andere kant te maken en nog meer te genieten van de natuur hier.


8 en 9 januari
We trokken landinwaarts naar de Blue Mountains en parkeerden er onze camper op een camping vlakbij Echo Point en de Three Sisters, enkele mooie plaatsen in de Blue Mountains. Het gebied dankt zijn naam aan het feit dat de vluchtige damp van miljarden eucalyptusbladeren er als een blauwe nevel in de lucht hangt. Wij trokken onze wandelschoenen aan en gingen op stap. Het was nodig. Hondjes moeten af en toe eens uitgelaten worden. Gretel en Sebastian waren bijna niet bij te houden in hun enthousiasme op weg naar de verschillende uitkijkpunten in het gebied. Maar het is er dan ook heel mooi. Steile kliffen, diepe ravijnen, watervallen, zandstenen zuilen en cockatoos maken het gebied heel speciaal. We besloten dan ook om de volgende dag een stevige wandeling naar de andere kant te maken en nog meer te genieten van de natuur hier.

10 januari
We zoeken hier nog heel wat uit en zo ook de mogelijkheden om op het internet te kunnen. Dit lijkt hier veel moeilijker en veeeeel duurder dan in Azië, maar het lukte ons vandaag dan toch om onze website aan te vullen. Panikeer dus niet als het even duurt eer er weer iets verschijnt op onze website. We proberen jullie op de hoogte te houden van wat we beleven in het land Down Under.

11 januari
Voor de registratie op onze naam moest de camper en het gas eerst gekeurd worden. Er werd een heel grondige inspectie gedaan, maar alles was prima in orde. We kunnen met een gerust hart onze grote reis door Australië verderzetten.

12 januari
Vandaag deden we een mooie wandeling in de sauna van Australië. Wij noemden het een sauna omdat het er zo warm was, maar ook omdat het er zo lekker rook naar eucalyptus. Gretel en Sebastian zagen er hun eerste wilde kangoeroes en we klommen op grote granietrotsen naar de top van Castle Rock (in het Girraween National Park). In de late namiddag gingen we ons even verfrissen in een beekje, want het was heet. We waren dan ook stomverbaasd toen we ’s avonds langs de kant van de weg echte ijsknikkers zagen liggen. We konden het onweer in de verte nog zien.
In het vriesvak in de winkel vonden we Brusselse spruitjes (made in Australia) en het smaakte enorm. Dat was lang geleden!


13 januari
In het dorpje Casino was een mooie speeltuin en dus hielden we daar even halt. Gretel en Sebastian werkten er een beetje en speelden natuurlijk op de speeltuin. Ze mochten echter niet in het lange gras gaan spelen, want andere kinderen hadden er een slang ontdekt. Ondertussen bekeken wij enkele brochures en maakten eten. We deden het op het gemak en reden met onze camper verder door een mooi golvend groen landschap met hier en daar een paar bomen.

14 januari
In één van de brochures stond een mooie wandeling aangegeven bij Byron Bay en dus reden we vandaag daarheen. Het bleek een heel toeristische plaats te zijn, maar ook heel mooi en de wandeling was prachtig. Op het strand waren Gretel en Sebastian een paar uur bezig met het maken van een soort doolhof voor ons. Op de weg hadden ze schelpjes gelegd en dan moesten wij de schelpjes omdraaien om te zien of er een slang onder zat of niet. (Geen echte natuurlijk!) En zo moesten we door de doolhof proberen te geraken.

15 januari
Het was hoog nodig dat we nog eens enkele wasmachines lieten draaien, dus gingen we op zoek naar een wasserette. Ondertussen aten we heerlijke frieten in de frituur ernaast, vonden een plaats om op internet te gaan en brachten de kapper een bezoekje.
’s Avonds maakten we dan eten op de electrische barbecue in het park en speelden Gretel en Sebastian op het mooie speelplein van Grafton.

16 januari
Bij het opstaan hoorden we mooie vogelgeluiden. En toen we de ontbijttafel klaarmaakten, zagen we een beetje verder kangoeroes die ook rustig aan hun ontbijt bezig waren.
We maakten weer een mooie wandeling en gingen spelen in de oceaan. Echt zwemmen was er niet mogelijk want de golven waren te sterk en te groot, maar plezier hadden we wel.

17 januari
Wat hebben ze hier overal lekkere dingen in de aanbieding! Soms is het moeilijk eraan te weerstaan. En af en toe proberen we dan toch iets uit. Zoete aardappelen, mango’s, ijsjes, andere ontbijtgranen, koeken, kaas, wijn … het valt allemaal in de smaak!
En Gerrit houdt nog het meest van het grote aanbod vlees dat hij hier op de barbecue kan leggen.
Na de middag reden we naar het Dorrigo National Park. Er was een mooi centrum waar wat uitleg te vinden was over het regenwoud en waar een wandeling aangeduid werd van 8 km door het woud. We liepen zalig in de schaduw tussen de hoge bomen en vele soorten planten. 3 x kruiste een Goanna (van zo’n 80 cm) ons pad en 1 x zagen we er één een hoge boom inklauteren. Maar Gretel en Sebastian vonden ook de kronkelende takken en stammen heel leuk en de 2 watervallen die we passeerden waren eveneens prachtig.

18 januari
In Bellingen hadden we een leuk zwembad gezien en met dit warme weer hadden we wel heel veel zin om daar wat afkoeling te zoeken. We kochten een nieuwe fles zonnecrème, een tijdschrift om wat te lezen en gingen lekker luieren.
Soms voelt het wel wat raar aan… Zo’n vakantie die maar blijft duren. Maar we zijn het nog helemaal niet beu hoor. Alleen vragen we ons af of we het drukke leven in Vlaanderen nog wel weer zullen gewoon kunnen worden.

19 januari
Vandaag leerden we wat meer over de onderwaterwereld toen Gerrit plots met hevige pijn uit de golven kwam. Iets pijnlijks had hem geraakt. Hij had het van zich los kunnen trekken en kon gelukkig zelf uit het water komen, maar bleef hevige pijn hebben. Voorzichtig trok hij een soort draad met gifhaakjes uit zijn been en even later kregen we te horen dat de Blue Bottle hem geraakt had. Gerrit vond het heel pijnlijk, maar werd gerustgesteld. De pijn zou niet lang duren en als de draad niet rond je nek zat, moesten we ons verder geen zorgen maken. En inderdaad, na een kwartiertje voelde hij zo goed als niets meer. We kochten wel een crème die de pijn verzacht indien we nogmaals met de Blue Bottle in aanraking zouden komen.

20 januari
Trial Bay Goal is een oude gevangenis, hoog op een heuvel bij het strand. We zagen er de cellen van de gedetineerden en vele foto’s die de ruines van vandaag een beetje tot leven brachten. Maar verder vond ik vooral het uitzicht op de oceaan en de stranden in de diepte prachtig.

21 januari
Het blijft leuk om een kangoeroe te ontdekken als je ’s morgens opstaat en naar het toilet gaat. En ook tijdens wandelingen houden we onze ogen open. Vandaag stapten we naar de vuurtoren van Smoky Cape en werkten Gretel en Sebastian in een Engelstalig werkboekje dat ze zelf gekozen hadden in een boekenwinkel. Er was immers te veel wind om lang op het strand te blijven. Het zand waaide over ons heen.

22 januari
Toen Gerrit op een warme dag iets te snel de oceaan was ingegaan, verloor hij zijn bril in een grote golf die over hem heen kwam. Dus gingen we vandaag naar de stad om een nieuwe bril voor hem te bestellen. Port Macquarie is een gezellige stad en we wandelden er dan ook een hele tijd rond. Op het water zagen we pelikanen en langs een stuk strand ietsje verder merkten we vele beschilderde rotsen, als een soort project om de stad wat kleur te geven. We kregen zin om zelf ook een rots te beschilderen en besloten op zoek te gaan naar verf.

23 januari
In de voormiddag brachten we het Billabong Koala & Wildlife Park een bezoekje. We zagen er vele prachtig gekleurde vogels en natuurlijk ook kangoeroes en koala’s die we zelfs even mochten strelen. Heel zacht hoor, die diertjes!
Terug in de stad haalden we Gerrit zijn bril op, kochten verf en gingen we aan de slag op een rots. Gretel wou een roze kroontje, Sebastian een kasteel. En zo blijft onze naam nu op een rots staan in Port Macquarie. We aten fish & chips zoals ze dat hier overal aanbieden en na de middag gingen we naar het strand. Gretel en Sebastian hadden er veel plezier met een opblaasbaar matrasje waarmee ze op de golven konden meedrijven. Nadien profiteerden we van de openbare douches die we bij het strand vonden en reden opnieuw naar een plaats waar we de nacht konden doorbrengen.

24 januari
Een wandeling langs Diamond Head gaf ons prachtige uitzichten over rotsen bij de oceaan. Na de middag begon het echter te regenen en dus gingen we inkopen doen en reden we weer een heel stuk naar het zuiden.

25 januari
Gerrit verjaart en hij koos ervoor om vandaag naar de zandduinen te gaan bij Anna Bay. Een heel speciaal landschap. Als je boven op zo’n hoge zandberg staat, zie je langs de ene kant de oceaan en langs de andere kant (in de verte) een heel dicht begroeid bos. De zandduinen zijn er heel hoog (op sommige plaatsen 1 km breed) en er is echt alleen maar zand, zand en zand. Op een plastic zak gleden we naar beneden en kropen we (soms op handen en voeten) weer naar boven. We liepen over heuveltjes en Gretel en Sebastian genoten van de ruimte. Op een gegeven moment zagen we boven ons hoofd een enorme zeearend vliegen. We volgden hem met onze ogen tot we hem niet meer konden zien.
’s Middags aten we biefstuk met pepersaus, paprika’s, tomaatjes en aardappelen, het lievelingsgerecht van Gerrit. De zon trok ons weer naar het strand om er even af te koelen in het water en nadien bezochten we nog een wijngaard waar we enkele wijnen proefden en natuurlijk ook 2 flessen kochten.
’s Avonds reden we naar het Onley State Forest waar we gratis konden kamperen. Hiervoor moesten we wel eerst een “dirt-road” nemen van zo’n 9 km, maar onze camper rijdt prima en het werd een heel stille nacht in het bos.

26 januari
Het is “Australia Day” en wij rijden terug naar Sydney waar Gerrit onze post gaat ophalen en ik met Gretel en Sebastian rondwandel in het Bicentenial Park. Ter gelegenheid van deze feestdag op het einde van de grote vakantie is hier immers heel wat te doen voor kinderen. Het is alleen jammer dat ze soms zo lang moeten aanschuiven eer ze op een luchtkasteel mogen. Maar de superglijbaan vonden ze dan toch ook wel super-cool! Gretel en Sebastian beginnen het leuk te vinden om Engels te spreken tegen elkaar, maar af en toe lijkt het wel nog eens “Vlaams Engels”.

27 januari
In Goulburn merkten we plots een heleboel oldtimers op en dus stopten we even om een kijkje te nemen. We zochten ook weer een plaats om op het internet te gaan, maar dit blijkt toch steeds moeilijk te zijn. We konden enkel onze e-mail checken in het Visitor Centre.
Na een picknick in het park werkten Gretel en Sebastian nog wat in hun werkboeken en las ik hen voor uit “Het oneindige verhaal”.


28 januari
In de hoofdstad van Australië, Canberra, bezochten we eerst het nationaal museum van Australië. We werden er heel vriendelijk ontvangen en kregen prachtige dingen en presentaties te zien over het land en zijn bevolking. Er waren ook Aboriginals aanwezig die ons wat meer wilden vertellen over hun cultuur. Ze dansten en maakten muziek, toonden ons verschillende boemerangs die gebruikt werden tijdens de jacht, gaven ons een likje verf op ons hand om in een feeststemming te komen, speelden digeridoo en nodigden Gerrit uit om een eucalyptusboom te spelen. Als geschenk kreeg hij op het einde zelfs een boemerang.
We liepen 4 uur rond in het museum en hadden om 13 uur dan ook grote honger. We reden naar de botanische tuin, aten een boterham en wandelden er even rond. De nationale muntenfabriek die we daarna bezochten vonden vooral Gretel en Sebastian heel leuk. Er werd mooi weergegeven hoe een munt gemaakt wordt en we konden vele prachtige dollars bekijken die gemaakt werden ter gelegenheid van verschillende festiviteiten in Australië. Op het einde kregen we ook alle euromunten te zien uit de verschillende landen.
Op de terugweg reden we langs het “War Memorial”. We vonden er vele namen van mensen die gestorven zijn tijdens de 2 wereldoorlogen, maar er was ook een hele tentoonstelling te zien over deze 2 wereldoorlogen, compleet met kaarten, foto’s, gevechtsmaterialen, vliegtuigen enz. We liepen er snel 2 uur rond en besloten daarna om een rustplaats voor de nacht te zoeken. Die vonden we bij een immense vlakte even buiten de stad. We maakten er ons eten klaar, keken naar het uitgestrekte landschap en vielen gemakkelijk in slaap.

29 januari
Hoewel we gisteren de hele dag in Canberra van het één naar het ander gegaan waren, hadden we nog geen echte winkels gezien en zeker geen mogelijkheid gevonden om op het internet te gaan. Canberra is immers een soort artificiële hoofdstad, gekozen om zijn ligging tussen Sydney en Melbourne. De stad werd ontworpen door een architect die er wel iets speciaals van maakte, met een mooi stratenplan, veel groen en mooie uitzichten op de natuurlijke omgeving. Maar het lijkt niet echt een stad, dus gingen we in het infokantoor vragen waar we brood konden kopen, waar we op internet zouden kunnen gaan enz. En we vonden het heel gemakkelijk en het internet was voor één keer niet duur. (De hele hoofdstad lijkt zelfs een geschenk te zijn, want alle mooie musea die we gisteren bezochten waren eveneens gratis. Super gewoon!)
We besloten vandaag het nationale kunstmuseum te bezoeken en zagen er mooie werken, maar ook heel vreemde dingen die wij niet echt kunst noemen… Nu ja, daar zijn natuurlijk altijd verschillende meningen over. En een wandeling bracht ons bij de nationale bibliotheek van Australië. Daar zijn zoveel boeken, dat je niet zomaar kan gaan rondneuzen, maar je je eerst moet registreren om een boek te kunnen aanvragen. Dus registreerden wij ons als nieuw lid van de bibliotheek. Eén probleem: Belgium stond niet in de landenlijst. Een bibliotheekassistente kwam ons helpen en wist ons te vertellen dat wij in het Kingdom of Belgium woonden. Dus konden we toch met de registratie doorgaan en kregen we een lidkaart die deuren opende. We vroegen een boek aan dat ik kon voorlezen voor Gretel en Sebastian en Gerrit kon het internet op.
’s Avonds reden we naar dezelfde rustplaats bij de eindeloze vlakte, want we wilden graag nog een dag in Canberra blijven.

30 januari
Deze voormiddag bezochten we het parlement. Over de grote inkomsthal werd verteld dat er enkel Australisch materiaal gebruikt werd, met uitzondering van het Italiaanse marmer en de Belgische leistenen die er de grond bedekten. We kregen er een rondleiding in de verschillende zalen en zagen er heel veel klokken (volgens de gids zouden er 250 zijn). De fontein voor het gebouw werkte momenteel niet omwille van de waterproblemen in het land. Hier zouden ze graag hebben dat het wat meer regende.
Na onze picknick zochten we de bibliotheek weer op waar we aan onze dagboeken werkten en op het internet surften.

31 januari
In het Murramarang National Park maakten we een wandeling naar Snake Bay. Gretel en Sebastian maken er een sport van om een wandeling die normaal gezien zo’n 2 uur duurt, af te werken in een kortere tijdspanne. En deze keer deden we de 8 km wandeling in anderhalf uur. En het was geen vlak parcour. Maar op bergafjes namen ze steeds een aanloop om de volgende bergop sneller boven te zijn. Het enige waarvoor we eens stopten, was het prachtige uitzicht en een kangoeroe die ons stond aan te gapen.
Terug bij onze camper merkten we plots heel veel papegaaitjes op. Ze kwamen zelfs uit je hand eten of op je hoofd zitten. Mooie kleurtjes in een groen decor. En Gretel vond het vooral leuk toen er ook 2 roze kaketoes bij kwamen.

1 februari
Het weer was niet zo denderend vandaag, dus werkten Gretel en Sebastian een beetje in hun boeken en reden we naar Batemans Bay. Toen we bij de picknickplaats aan de zee kwamen, zagen we voor onze neus dolfijntjes in het water. Maar echt springen deden ze niet en ze gingen al snel verder. Wel hadden we weer het geluk dat er op deze plaats openbare douches waren en daar maakten we dan ook gebruik van.

2 februari
De pannenkoeken aten we gisteren al, maar we denken wel even aan het feest van Lichtmis. We gaan terug naar de plaats waar we gisteren de dolfijntjes zagen in de hoop ze terug te zien, maar de zee was te wild. Het waaide te hard. En de dolfijnen hadden geen zin om een showtje te komen geven.
Maar ondertussen verfristen we ons beddengoed wel en lieten het uitwaaien op de reling bij de zee. Wat rook het lekker ’s avonds!
We reden naar een rustplaats langs de highway waar we de nacht doorbrachten en door het raam van onze camper de volle maan konden zien.

3 februari
In Moruya wandelden we even langs de markt, maar vervolgden onze weg al gauw naar Moruya Heads. Daar vonden we een prachtig strand, kilometers lang, en langs één kant een aantal rotsen.
Natuurlijk klauterden we eerst de rotsen op en genoten van het uitzicht. En wat zagen we? Dolfijnen! En deze keer sprongen ze echt. Ze waren met een groep van 5 en speelden met de golven. We besloten ze te volgen langs het strand en maakten dus een wandeling met dolfijnen. Af en toe moesten we wel even lopen om ze te kunnen bijhouden, maar we konden ze toch een uur lang volgen en zien spelen in de zee.
Na de wandeling gingen we zelf de zee in om er te spelen in de golven. En het was zalig!

4 februari
Een boswandeling bracht ons bij een meer. Daar zagen we zwarte zwanen en pelikanen. ’s Middags bakten we worstjes op de barbecue in het park en gingen naar Mystery Bay waar we een geheimzinnige grot vonden. We konden niet in de grot gaan, maar Gretel kon er wel snorkelen in het klare water in de baai. En ze zag er mooie roze anemonen in het water en veel wieren. ’s Avonds namen we een kijkje op een fruit-wijngaard en kregen er uitleg over het waterslot op de tonnen waardoor er geen lucht in de ton kan komen, maar er wel koolstofdioxide uit de ton kan ontsnappen.

5 februari
In Bega kwamen we terecht bij de bekendste kaasfabriek van Australië waar jaarlijks 14 000 ton kaas geproduceerd wordt en 370 ton boter. We kregen er het werkmateriaal uit het verleden te zien, maar ook de nieuwe fabriek waar de kaas op de band lag. Omdat hier geen internet te vinden was, reden we door naar Merimbulla, een toeristisch uitgegroeid dorpje waar weer alles te vinden was. We deden er ook inkopen en wasten er ook onze kleren.

6 februari
In Merimbulla wandelden we over een mooie boardwalk langs het meer, waar we weer pelikanen zagen, en namen een kijkje aan het strand. Na de middag reden we door naar Eden, waar we bij het “killer whale museum” terechtkwamen. Gretel en Sebastian wilden er graag even rondneuzen en kwamen pas terug buiten toen het personeel zei dat ze de deuren gingen sluiten. Ze waren heel enthousiast over het museum en hadden er tekeningen gemaakt en stukjes Engelse tekst overgeschreven.

7 februari
’s Nachts had het geregend, maar ’s morgens konden we toch een korte wandeling doen in een stukje regenwoud bij de Thurra rivier. Er waren veel spinnenwebben, maar we zagen er ook mooie bomen waarbij we in de stam konden schuilen als dat nodig mocht blijken.
Het leken net houten tentjes.
Daarna reden we verder en omdat het regende, bleven we een hele tijd rijden. Ondertussen hoorden we op de radio dat de bosbranden in Victoria nu eindelijk onder controle zijn. In Lakes Entrance bezochten Gretel en Sebastian, even enthousiast als de dag ervoor, het schelpenmuseum. En ’s avonds las ik weer voor uit “Het oneindige verhaal.” Gretel en Sebastian houden er van en zolang ze geen ruzie maken, blijf ik elke avond voorlezen en vallen ze als engeltjes in slaap.

8 februari
De regen hield ons 2 uur in de bibliotheek van Lakes Entrance. Daarna reden we weer naar het schelpenmuseum waar Gretel en Sebastian vandaag gratis binnen mochten nadat ze er gisteren zo mooi hadden zitten tekenen. Ik ging ondertussen even joggen en Gerrit werkte wat aan de motor van de campervan zodat deze optimaal draait en wat minder verbruikt. Nu we al 5000 km gereden hebben, kon onze camper immers wel een onderhoud gebruiken.
Na 2 uur waren onze kindjes echter nog niet terug en ging ik ze zelf halen in het museum. Daar zeiden ze dat ze morgen gerust nog eens mochten terugkomen, maar wij reden toch liever door naar Bairnsdale waar we een mooie wandeling maakten langs de rivier.

9 februari
Een lange kronkelende weg door het groen bracht ons in het Tarra Bulga National Park. We konden er rustig wandelen in een dichtbegroeid stuk regenwoud, zagen er een echidna (soort egel met een lange snuit) en natuurlijk weer vele papegaaitjes in verschillende kleuren. De parkranger vertelde ons dat de zaadjes (die zich bevonden in een soort rode peulvrucht en die een grote voedselbron zijn voor de vele vogels in het woud) vroeger verzameld werden door de aboriginals om er een soort pap van te maken. Wij vroegen ons af hoe ze in die tijd toch hun weg vonden in het dichtbegroeide woud. Wij volgden gemakkelijk de paadjes en konden zelfs een lange hangbrug gebruiken om naar de overkant te gaan.
Daarna reden we verder en namen een kijkje in Port Welshpool. We werden verrast door de mooie kleur van het water, maar voor de rest was er eigenlijk niet veel te beleven. Uitgewaaid stapten we de “general store” binnen (bij Pete en Cindy) en ontdekten dat ze in dit kleine winkeltje werkelijk van alles verkochten: kranten, tijdschriften, snoep, ijsjes, blikken, droge voeding, brood, nagels, vijzen, schroevendraaiers, emmers, aas, vislijnen en visnetten, diepvriesmaaltijden, fotokaders, wc-papier, carnavalmaskers, speelgoedjes, … en natuurlijk was er ook een toonbank waar verse vis lag, want zoals overal langs de kust kon je er fish & chips eten, wat we dan ook weer met veel plezier deden.

10 februari
In het Wilsons Promontory National Park troffen we het niet met het weer. Het regende bijna de hele dag. Tussen de buien door maakten we wel eens een wandeling in het prachtige natuurgebied, maar voor de rest bleven we in onze camper, heel dicht bij elkaar.

11 februari
We reden tot in Caulfield waar we de trein namen naar Melbourne. Dit ging heel vlot want we konden genieten van een speciaal zondagstarief. Gerrit had op het internet een “pod-tour” gevonden van de stad Melbourne en in het informatiecentrum kregen we vervolgens ook nog een kaartje mee. We hadden gekozen voor het thema “eten en drinken” en dit was echt wel een thema naar onze smaak. In de pod-tour werden een aantal dingen verteld over het verleden, maar heel graag proefden wij ook eens van het heden. We kozen voor een Belgische verwennerij bij de chocolatier (keuze van mijzelf), Beijing Duck met groene groenten en een kom rijst in Chinatown (op vraag van Gretel en Sebastian), geitenkaas en speculaas op de markt en een goed gevulde wrap (op vraag van Gerrit). We deden bijna de hele dag over deze wandeling, maar vonden toch nog wat tijd om in het park te zoeken naar de dolfijnenfontein (helaas zonder water omwille van de waterbeperkingen) en de sprookjesboom (niet echt de moeite waard). Wel zagen we nog enkele mooie gebouwen waarbij Gretel en Sebastian graag even poseerden.

12 februari
In het informatiecentrum in Melbourne hadden Gretel en Sebastian een folder gevonden van een sprookjespark in Anakie. We besloten daar even een kijkje te gaan nemen en daar waren Gretel en Sebastian heel blij om. Eerst keken ze naar de sprookjesfiguren uit gekende sprookjes, daarna konden ze hun fantasie weer de vrije loop laten in het “kasteel van Camelot”, het speelplein bij het park.
Na de middag reden we naar Geelong. We konden er mooi wandelen langs het water, zagen er vele grappige houten figuren en konden er zelfs in een zwembadje gaan en een warme douche nemen.

13 februari
Vanuit Geelong reden we naar het zuiden en begonnen aan de Great Ocean Road. Het is een legendarische weg die door soldaten, na de eerste wereldoorlog, aangelegd werd als herinnering aan hun overleden kameraden. Op vele plaatsen zagen we hoe de weg echt is uitgekapt uit de bergen langs de oceaan. We kregen er spectaculaire kustlandschappen te zien, met hoge kliffen, langtongen en vreemde rotsformaties. Het was langzaam rijden want de weg draaide en keerde. Maar zo ontdekten we wel de eerste koala’s in het wild. Hoog in de eucalyptusbomen hingen ze over de takken en stoorden zich niet aan de gapende mensen beneden op de grond.
De zon liet zich weer voelen en dus hielden we even halt bij een mooi stukje strand met keien.

14 februari
We zetten onze tocht verder over de Great Ocean Road.
Lagen kalksteen, zand, modder en schelpen die 25 miljoen jaar geleden op de bodem van de zee zijn gevormd en daarna omhoog gekomen, worden nu weggeknabbeld door de brandingsgolven van de oceaan. Doordat de rotsen in hardheid en textuur verschillen, rukt de zee op sommige plaatsen sneller op dan op andere, zodat er geïsoleerde rotspartijen achterblijven zoals de “12 apostelen” (bij Port Campbell). De lucht was grijs, maar toch waren ze prachtig om te zien. Eén van de rotsen is vorig jaar ingestort en daarvan zagen we nu nog de brokstukken liggen.
In de tijd van de zeilvaart stond deze gevaarlijke kust bekend als de “Shipwreck Coast” en we konden dan ook op verschillende plaatsen borden lezen over schepen die hier gezonken waren.
Toen we in Warrnambool aankwamen, vernamen we dat er ’s avonds een licht- en laser show zou zijn in het Flagstaff Hill Maritime museum. We waren benieuwd naar het verhaal van de Loch Ard , een ijzeren klipperschip dat in 1878 strandde op de rotsen in de buurt van Port Campbell en besloten om ’s avonds te gaan kijken. Het was een speciale show op een watergordijn, in een aantrekkelijk decor (een gereconstrueerde haven). En we kregen er het verhaal aan de hand van dagboekfragmenten die men teruggevonden had. Want van de 50 opvarenden overleefden er slechts 2 de ramp, Tom Pearce en Eva Carmichael.

15 februari
In Warrnambool is een prachtig groot speelplein, compleet met picknicktafels en mooi onderhouden electrische barbeques. Dus bleven we hier nog wat hangen. Ondertussen hield Gerrit zich bezig met het inbouwen van 2 extra luidsprekers in onze camper, zodat we nu ook achteraan muziek kunnen laten horen. Niet dat Gretel en Sebastian altijd zo stil zijn in de camper. Integendeel. Gretel en Sebastian hebben elkaar vaak zoveel te vertellen dat Gerrit er soms hoofdpijn van krijgt.
Na de middag reden we naar Tower Hill waar we wandelden in een oude vulkaankrater. We zagen er opnieuw koala’s in het wild, kangoeroes en ook een echidna die gretig at van de vele insectjes op een oude boomstronk.
In Port Fairy vonden we een wasserette en maakten we nog een wandeling in het oude dorpje.

16 februari
Door een bijna onbewoond stuk groen (met hier en daar soms eens een brievenbus langs de weg of een emu op een veld) reden we de grens over naar South Australia en moesten hier onze klok een half uurtje terug draaien.
In Mount Gambier gingen we kijken naar het Blue Lake, een kratermeer met een sprookjesachtige blauwe kleur. Na de picknick bij het Valley Lake maakten we ook nog een wandeling en speelden de kindjes weer op een mooi speelplein. En ’s avonds gingen we vervolgens naar de Umpherstone Sinkhole, een eigenaardige ronde put in de grond, een soort ingestorte grot, waarin nu vele mooie planten groeien. En daar leven ook possums die ’s avonds uit hun holletje komen en zich door de bezoekers laten strelen. Zeker als die, net als Gerrit, een appeltje voor hen snijden. Gretel vond het leuk om de zachte diertjes te aaien en ook Sebastian streelde de possums voorzichtig.

17 februari
We wandelen even rond in Robe waar we in het infocentrum weer heel wat foldertjes vonden en we ook het internet konden gebruiken. Maar buiten was het heel warm: 38 graden. We zochten dan ook de schaduw op en gingen ons verfrissen in de koude oceaan.
’s Avonds geraakten we aan de praat met een ouder koppel. Ze vertelden ons hoe ze elk jaar één maal de rit doen naar de outback van Australië (in de buurt van Alice Springs) omdat hun dochter daar woont. We kregen ook het adres en telefoonnummer van haar dochter want misschien komen we wel in de buurt en kunnen we haar een bezoekje brengen.

18 februari
Het was weer heel warm vandaag. Gelukkig werkte de airco in de camper vrij goed want we reden vandaag een heel stuk. Onze rit over een verlaten weg (van fileproblemen hebben ze hier nog niet gehoord) liet ons iets zien van de uitgestrekte duinen langs de oceaan, met vele struiken en grote zoutmeren. (Ook zagen we een slang over de weg kruipen.) We namen even een pauze om de “Journey to gold”-wandeling te doen waarbij mooie borden ons iets vertelden over hoe de Chinezen hier in de 19de eeuw aan land kwamen op zoek naar goud in Victoria.
Daarna zetten we onze rit verder tot in Meningie. Daar vonden we een wassalon, waar we zelfs op het internet konden. Dus bleven we daar een hele poos voor we ’s avonds de veerboot namen naar een rustplaats.

19 februari
Victor Harbor (ooit fout neergeschreven door iemand die niet zo goed Engels kon) is een mooi toeristisch dorpje waar weer alles te vinden was. Er was een mooie oude paardentram naar Granite Island, maar wij gingen te voet over de 635 m lange voetbrug naar het eiland. Daar maakten we dan de Kaiki-wandeling rond het eiland waarbij we mooie granieten rotsen zagen en weer prachtige uitzichten kregen over de oceaan. Op het einde van de wandeling zagen we zelfs 3 zeehonden in het water. Heel leuk om ze zo in de vrije natuur bezig te zien. En ’s avonds konden we er de kleine pinguïns zien die hun nest tussen de rotsen op het eiland hebben. Toch ook iets heel speciaals.

20 februari
Heel vroeg reden we richting Adelaide. Het was zoeken naar een parkeerplaats, maar na een poosje konden we de stad dan toch gaan verkennen. In de winkelstraat was er net een pannenkoekenslag ten voordele van de kansarmen in de stad en dus proefden wij eens een Australische pannenkoek. Die was klein en dik (je kon hem dus niet oprollen) en ze vroegen ons of we er citroensap op wilden. Dit hebben we niet gedaan. De pannenkoek was zo al heel lekker.
In de bibliotheek was er een tentoonstelling over nationale schatten en Gretel en Sebastian kregen er zelfs een soort werkblaadje waarbij ze bepaalde dingen in de tentoonstelling moesten zoeken of vraagjes moesten beantwoorden. Ze deden dit heel flink en vonden zo oude kaarten, het dagboek van James Cook, posters over de emigratie naar Australië, een stukje uit het filmscenario van Mary Poppins, oude spelletjes, tekeningen van de eerste Holden (Australische auto), kledij en namen van beroemde cricketspelers enz.
Daarna namen we ook een kijkje in het museum van Zuid-Australië en vonden daar de afdeling over de aboriginals het interessantst.

21 februari
In Port Parham vonden we een mooie picknickplaats en besloten we een dagje rust te houden. We trokken het zonnescherm uit naast onze camper en installeerden ons in de schaduw naast onze camper. We zaten vlak bij de oceaan, maar we konden er niet echt in gaan. Het strand was bedekt met een bladertapijt van zo’n 20 cm dik en een bord gaf aan dat het water verboden terrein was omwille van proeven die er gedaan werden.
Maar we zaten goed bij onze camper. Gretel en Sebastian leerden nog eens een beetje en knutselden er met een oude krant en schelpjes.

22 februari
De aarde wordt roder, de uitgestrekte vlaktes nog uitgestrekter. En zo zetten wij onze weg verder, rustig, bijna alleen op de weg. Maar we zagen wel een “roadtrain”.
In Port Pirie konden we in het bezoekerscentrum lokale lekkernijtjes proeven en kochten we dan ook een potje confituur van mango en ananas. De grote smederij die er de grootste werkgever is, konden we vandaag helaas geen bezoekje brengen, want enkel op woensdag werden hier rondleidingen gegeven.
Het warme weer trok ons weer naar het water en Gretel en Sebastian zaten achter de visjes aan in de rivier, maar slaagden er niet in er eentje te vangen. ’s Avonds schilden Gretel en Sebastian de aardappelen en de wortelen en aten we lekkere worstjes met honing en witte kool.

23 februari
In Port Augusta werden we weer vriendelijk ontvangen in de bibliotheek waar we van het internet gebruik konden maken. Daarna bezochten we het Wadlatta outback-centrum waar we heel wat informatie konden verzamelen. We konden er zelfs een morse-code proberen door te seinen, maar het werken met een telegraaf hebben wij niet onder de knie, dus lukte het ons niet iets deftigs door te seinen.
Daarna reden we, langs de verlaten dorpjes Quorn en Hawker, richting Flinders Rangers. Gretel en Sebastian amuseerden zich met stenen die ze vonden en waarvan ze een soort rood poeder klopten om zichzelf te “versieren”, net zoals de aboriginals dat deden als er feest was.


24 februari
We trokken vroeg op weg want ’s morgens is de temperatuur (33°C) nog goed te verdragen. Bij het informatiebord koos Gretel een wandeling uit. Er zijn 3 soorten wandelingen: easy walk, moderate hike and hard hike. En omdat zij graag op rotsen klimt, wist ze dat ze daarvoor bij de “hard hike” moest kijken. We zeiden haar dat we een wandeling van 4 uur wel voldoende vonden. Dus klommen we omhoog, de Ohlssen-berg op. We kregen er mooie uitzichten over de Wilpena Pound en zagen weer 2 slangen op onze weg.
Toen we terugkwamen bij de camper (2,5 uur later) was het 47°C. We waren nat van het zweet en dronken dan ook elk een litertje water op. Gelukkig konden we ons douchen op de campground.
In de latere namiddag besloten we ook nog eens te gaan kijken naar aboriginal-rotsschilderingen en maakten we daar ook een kleine wandeling. ’s Avonds deden we vervolgens inkopen en deden al een klein stukje van de grote reis naar het noorden.

25 februari
Nu waren we echt vertrokken, de outback in. We reden uren en kregen nauwelijks gezelschap op de weg. Recht naar het noorden reden we. De radio werkte niet, dus luisterden we naar een luisterverhaal dat we nog mee hadden uit België. Zo was de lange tocht helemaal niet saai.
In de late namiddag kwamen we aan in Coober Pedy. Sinds er in 1915 opalen werden ontdekt, hebben velen hier hun geluk gezocht. De opaaldelvers leefden onder de grond om te ontsnappen aan de enorme hitte bovengronds, waar het meer dan 40°C kon worden. En nu nog steeds woont meer dan de helft van de bevolking in een huis onder de grond, een “dugout”. Wij bezochten een ondergrondse kerk, een ondergronds museum en gingen ’s avonds met een mijnwerker op stap in een opaalmijn. Hij vertelde ons dat hij op zoek ging naar vroegere aardverschuivingen omdat daar spleten zaten waarin zich opaal kon vormen. De kostbaarste variant, waarin je vele kleurschakeringen kan zien, is echter het moeilijkst te vinden.
’s Avonds zaten we dan in een dugout op de enige ondergrondse camping ter wereld en genoten er van de aangename temperatuur en de afwezigheid van vliegen.

26 februari
De vliegen houden iedereen binnen. In het dorp van Coober Pedy vind je enkel een aantal aboriginals op de straat. Er wonen nochtans zo’n 3000 mensen in Coober Pedy en volgens een mevrouw die we tegenkwamen in de bibliotheek is het hier heel goed wonen. Zij houdt van de multiculturele samenleving die je hier vindt (40 nationaliteiten) en van de speciale sfeer die rond dit dorp hangt (het zoeken naar opaal). Zij woont hier nu sinds 4 jaar en wil niet meer terug naar Victoria waar ze vroeger woonde. Binnenkort zal ze echter wel een paar maanden naar Victoria terug moeten, want ze verwacht haar derde kindje en als je in de outback beroep moet doen op de flying doctors voor een bevalling, moet je heel wat betalen. Dus zal ze een paar maanden bij haar familie logeren, dicht bij de stad. Haar twee zoontjes gaan in Coober Pedy naar de basisschool. Ik had niet verwacht dat daar 250 kinderen zouden zijn… Je ziet hier amper huizen. Maar ja, velen wonen in een dugout onder de grond en zo’n huis valt helemaal niet op.
Ook wij zochten vandaag de koelte op door hier en daar een opaalwinkeltje binnen te stappen. Maar we wilden ook onze was laten drogen in de zon en daarvoor gingen we naar de “public noodling area” waar Gretel en Sebastian zochten naar opalen. Ze droegen wel een vliegennet, want de vliegen hingen rond je, zodra je buitenkwam. Ze zaten aan je oren, je neus, je ogen, je mond,… en je kon ze amper van je weghouden. We waren dan ook blij dat de was snel droogde (bij een temperatuur van 50°C duurde dit slechts een goed half uur).
Want zo konden we de camper weer in en reden we verder naar het noorden met de airco op de hoogste stand. Slapen was moeilijk in deze hitte. We gebruikten dan ook een zak met ijs om ons een beetje af te koelen. Gelukkig hebben we een koelkast met vriesvak.

27 februari
We reden de hele dag. Meer konden we niet doen omwille van de hitte en de vliegen. Heel blij waren we dat de airco van onze camper prima werkt en we temperatuur van 52 naar 33 graden konden laten zakken in de camper. En zo reden we door. Het landschap veranderde niet veel (struiken, rode aarde, struiken, een soort woestijngras, kleine boompjes) maar af en toe zagen we toch ook eens iets anders: een dode koe langs de weg, galloperende paarden, een paar heuveltjes, een emu, een benzinestation, aboriginals, een roadtrain, een windhoos die het rode zand de lucht in zoog ... Sommigen vinden het een saaie weg, maar wij vonden het wel rustig rijden (zo goed als alleen op de weg en met een constante snelheid steeds maar rechtdoor rijden) en beseften maar al te goed hoe goed we zaten in onze camper. En Gretel en Sebastian konden kleuren aan het tafeltje in de camper en hebben zich ook niet verveeld. In de late namiddag zagen we zelfs wilde kamelen. Die zijn hier door de ontdekkingsreizigers ingevoerd en zijn beginnen kweken. Net als de konijnen, de katten en de vossen. Soms wel een probleem voor de inheemse dieren, die daardoor uitgestorven zijn of met uitsterven bedreigd zijn, zoals de mala (een soort kleine wallaby).
Tegen de avond kwamen we aan bij Uluru, de grote rode rots in het midden van Australië, waar we naar de zonsondergang keken (in het gezelschap van heel veel toeristen).

28 februari
We hadden onze wekker gezet om 5:30 uur, want ook de zonsopgang wilden we niet missen. De rots krijgt dan immers zijn mooiste kleuren en de meeste vliegen slapen dan nog. Dus profiteerden we ervan om even buiten te wandelen en te kijken naar de grote monoliet die 348 m boven de grond uitsteekt. Maar zodra de eerste zonnestralen doorbraken, kwamen ook weer die vliegen. Nog even wandelden we met een anti-vliegennetje over onze hoed naar “Mutitjulu Waterhole” waarbij we ook weer rotsschilderingen konden bekijken en trokken dan naar het cultureel centrum waar we een film konden bekijken over het leven van de aboriginals, de cultuur die zij willen doorgeven aan hun kinderen in een “aboriginal primary school”, het zoeken van honingmieren en larven in wortels, en de betekenis die de heilige rots voor hen heeft. Ook zag je er heel wat kunstwerken en gebruiksvoorwerpen die aboriginals gemaakt hadden. We reden nog eens rond de rode rots en zagen ook de rotsen van Kata Tjuta, wat “vele hoofden” betekent. Ook daar kon je volgens de folder prachtige wandelingen maken, maar omwille van de hitte en de vliegen, was dit vandaag niet mogelijk. We “wandelden” dan maar met de camper en genoten van het spectaculaire landschap. Daarna reden we in de richting van Alice Springs, wat hier toch wel 458 km verder ligt.


1 maart
In Alice Springs bezochten we de "School of the air". Het is een initiatief dat in 1951 opgericht werd. Zo konden kinderen in de outback van Australië lessen volgen over de radio en contact houden met hun klasgenootjes. Vandaag de dag gebeurt alles via het internet (met een satelietverbinding). Er zijn in Australië verschillende plaatsen waar een "School of the air" is en Alice Springs is er één van. 86 kinderen volgen hier les. Aboriginalkinderen vind je hier meestal niet omdat aboriginals in een groep leven en zodra er een groep is van 8 kinderen, zorgt de regering voor een "schooltje". De 86 kinderen die hier les volgen, wonen dus allemaal ver weg van hun klasgenootjes en de school. (Sommigen tot 1000 km ver.) Toch hebben ze dus via het internet regelmatig contact met elkaar en met de leerkracht. Op een lijst kunnen ze zien wanneer er een lesmoment is voor hun groep en ook de leerkracht kan zien welke kinderen ingelogd zijn. De icoontjes verschijnen dan op het scherm en de kinderen kunnen aangeven dat ze iets willen zeggen door hun eigen icoontje groter te maken. Gemiddeld zijn er zo’n 2 tot 4 lesmomenten per week. De rest moeten de kinderen dan zelf leren aan de hand van het leermateriaal dat ze ter beschikking krijgen. En 1 x per jaar komt de leerkracht op bezoek bij het kind. Dan kan de leerkracht het kind een beetje leren kennen, zien waar het leeft, dingen inoefenen, spreken met de begeleider enz. Deze begeleider is vaak de moeder, maar kan ook iemand anders zijn die in de buurt van het kind woont. Zij krijgen bij het begin van het schooljaar uitleg over wat het kind allemaal moet leren in het komende jaar. En opdat de kinderen hun klasgenootjes en hun leerkracht een beetje zouden kennen, worden er 4 x per jaar "In Town-events" gehouden. Daarbij worden de gezinnen uitgenodigd om een weekje naar de stad te komen. Bij de "In school-week" aan het begin van het schooljaar krijgen vooral de begeleiders uitleg, maar leren ook de kinderen hun nieuwe juf kennen. Bij de "Sports-week" gaan ze samen sporten, in de "Get together-week" verkennen ze de stad en in de "Swim-week" krijgen de kinderen zwemles in de stad.
Gretel en Sebastian zouden wel graag zo eens een jaar "School of the air" volgen, maar ik denk dat onze familie liever heeft dat we eind juli terug naar België komen.
Volgens een Nederlandse mevrouw die we hier tegenkwamen, is het nochtans een paradijs om hier te wonen. Volgens haar hebben we nu een beetje pech dat het hier zo verschrikkelijk heet is en dat er nu zoveel vliegen zijn. Dit is niet het hele jaar zo. En Gerrit droomde al over de zonnepanelen en de energie die hij hier zou kunnen verkrijgen.
Even later bezochten we de Flying Doctors. We kregen er een film te zien over hoe ze te werk gaan en er was ook een soort museumpje waarin je kon zien wat zich in het vliegtuig bevindt. Na een telefonisch gesprek over wat er mis is, krijgt een patiënt een code indien een doktersbezoek nodig blijkt. Maar indien dit niet zo dringend is, kan een doktersbezoek soms wel een paar maand duren.
Wij hopen de Flying Doctors niet nodig te hebben.
Verder deden we in Alice Springs nog boodschappen, vulden de gas en de bezinetank aan en reden weer verder naar het noorden.
2 maart
Het landschap wordt groener en van vliegen hebben we eigenlijk geen last meer. Maar het is wel nog steeds heel warm.
In Aileron gingen we kijken naar de grote stenen man op de heuvel en brachten we verder een groot stuk van de dag door in het roadhouse, waar de temperatuur aangenamer was dan buiten.
Gretel en Sebastian konden er hun puzzel van 250 stukjes maken die we bij Uluru gekocht hadden en Gerrit en ik waren een tijdje zoet met de computer. We aten er ons middagmaal en Gretel en Sebastian kregen nog een felgekleurd ijsdrankje omdat ze zo flink de puzzel gemaakt hadden.
Langs de weg passeerden we verschillende aboriginals die onder de bomen zaten, zagen we een wijngaard en kochten we een heerlijke mango in een fruitwinkeltje. We gingen nog wat dot-art bekijken in Ti Tree en reden naar Devils Marbels, waar we probeerden te slapen.
Het slapen was immers heel moeilijk. Er was geen zuchtje wind en het was snikheet. We speelden ventilator, depten ons zweet af met een handdoek en gebruikten een zak ijs om ons een beetje af te koelen. Maar het slapen bleef moeilijk.
3 maart
Wakker worden was leuker, want we stonden met de camper in een prachtig landschap. De grote ronde rotsblokken die hier op een eigenaardige manier in het landschap liggen zouden de knikkers van de duivel voorstellen. Wij wandelden er na het ontbijt even rond, maar reden toch ook al gauw weer verder om de hitte te ontvluchten, want ook ’s morgens laat de zon zich al gauw voelen.
Langs de weg en in Tennant Creek zagen we veel aboriginals. Maar de blanke mensen die hier wonen, waren niet zo positief over de manier waarop veel van deze mensen leven. Velen hebben drankproblemen en zorgen niet voor de huizen die de staat hen heeft toegewezen. Bovendien krijgen zij heel wat financiële steun die ervoor zorgt dat ze niet hoeven te werken en vaak rondhangen. In de bibliotheek merken we dat er educatieve programma’s opgezet worden voor aboriginals. En ook zijn er initiatieven waarbij het doorgeven van de cultuur aan kinderen centraal staat. Maar de aboriginalkinderen die wij hier zien, zijn vooral geïnteresseerd in het spelen van computerspelletjes. Toch zien we ook een mooi fotoalbum van activiteiten in een aboriginalschool.
4 maart
Vandaag reden we weer heel veel. Op verschillende plaatsen zagen we windmolens met een grote watertank naast en dus hadden we het met de kindjes even over (de schroef van) Archimedes. In Mount Isa viel op zondag niet veel te beleven. Dus hielden we even later een stop langs de weg waar we de hangmat uithingen en onze handwas deden.
Gerrit ontdekte dat onze cd-speler de hitte niet overleefd had en kon zich dus bezighouden met het "redden" van de cd’s die er nog in zaten (Eén cd was volledig gebogen door de hitte.)
5 maart
Aan de "Overlanders Way" lijkt geen einde te komen, maar af en toe zie je toch eens een bord waarop dan staat dat het volgende tankstation 260 km verder ligt of er over 90 km een rustplaats met toiletten is. We hielden de benzinetank dus wel goed in de gaten en even stoppen om te drinken moesten we in dit warme weer toch ook regelmatig doen.
Op de weg zaten er vandaag zeer veel sprinkhanen. Gerrit kreeg dus weer werk. Want onze voorbumper leek een sprinkhanenkerkhof en onze radiatoren waren verstopt. Hierdoor zou onze camper afkoelingsproblemen kunnen krijgen en dat mochten we zeker niet laten gebeuren.
6 maart
In Richmond vonden we een prachtige plaats bij het meer. Er was zelfs een waterspeeltuin waar we onmiddellijk gebruik van maakten. En we besloten er een dagje rust te houden. Gretel en Sebastian vonden het fantastisch en ook wij vonden het water zalig in deze warme temperaturen. ’s Middags konden we er de barbecues gebruiken en na de middag namen we even een kijkje in het museum hier. Heel lang geleden bevond zich hier immers een inlandse zee en zo werden hier fossielen ontdekt van kronosaurussen, woolungasaurussen enz.

7 maart
In Hughenden stopten we even bij de bibliotheek en reden nadien verder naar Charters Towers. Hier werd in 1871 goud gevonden en dat merk je aan enkele imposante gebouwen in het straatbeeld. Voor een bezoekje aan een mijn-museum waren we echter te laat. Wel konden we nog wat inkopen doen in de supermarkt en onze benzinetank weer bijvullen.

8 maart
Een lange weg, tussen vele termietenheuvels door, bracht ons vandaag in het Undara Volcanic National Park. Het was niet meer zo erg warm en het regende zelfs een beetje, maar dat hield ons niet tegen er een wandeling te maken en nadien even te spelen in het zwembadje. Toen we ’s avonds bij het kampvuur zaten, mochten we met een gids zelfs nog eens mee voor een avondwandeling. En zo zagen we weer eens iets anders: een uil op een tak, termieten die bezig waren met het bouwen van een nieuwe kamer op hun heuvel, een vreemd insect met een soort angel om het sap uit een boom te kunnen drinken en zelfs een mooie rode vleermuis die ondersteboven aan een tak hing.

9 maart
Vandaag gingen we eerst zwemmen en douchen en maakten nadien nog een wandeling. Na de middag gingen Gretel, Sebastian en Gerrit mee met een geleide wandeling in de lava-tunnels. Deze ontstonden hier 190 000 jaar geleden toen een vulkaanuitbarsting 3 maanden lang duurde en de hete lava onder de afgekoelde lava erboven bleef doorstromen. Gretel en Sebastian waren enthousiast over de kleuren die er te zien waren, alsook over de vlinders, vleermuizen en rotswallibies zie ze gezien hadden.


10 maart
In een golvend groen landschap met vele boerderijen en koeien die de straat over staken, deden wij een watervallenroute. Gretel probeerde bij te houden welke waterval we het mooist vonden (in de buurt van Millaa Millaa), maar dit bleek heel moeilijk, want elke waterval had iets speciaals en ze waren allemaal wel mooi. Bij de waterval in Malanda konden we zwemmen en dat moesten we aan onze kindjes geen 2 x zeggen.
Na de middag maakten we een wandeling rond een kratermeer (Lake Eacham) en gingen we kijken naar de Curtain Fig Tree in Yungaburra.
We wandelden ook nog even langs een beekje waar vogelbekdiertjes zouden leven, maar we hebben er geen kunnen opmerken.

11 maart
Lake Tinnaroo is de plaats waar Australiërs op zondag samenkomen om te genieten van een barbecue, om te zwemmen of om er met hun boot het meer op te gaan. En dus brachten wij daar ook onze dag door, aten kangoeroevlees en heerlijke mango’s die we op de zondagsmarkt gekocht hadden.

12 maart
We hebben het niet kunnen vermijden… De kangoeroe die we aangereden hebben, heeft ervoor gezorgd dat de uitlijning van onze voorwielen niet meer goed was. En zo versleten onze banden vooraan heel snel. Dus gingen we vandaag naar een garage om 2 nieuwe banden te laten steken.
Na de middag reden we dan verder naar Mareeba, waar we merkten dat we een wielschijf verloren hadden. Maar al gauw werd onze aandacht getrokken naar de koffiebranderij waar we gestopt waren. We zagen er hoe koffiebonen groeien en kregen uitleg over het ganse proces van koffieboon tot een tasje koffie. De geur deed ons denken aan oma die ook zo van koffie houdt.
Van Mareeba reden we vervolgens richting Kuranda, maar draaiden 17 km verder af om naar Davies Creek te rijden. We hadden een “dirt road” van 6 km voor de boeg (en de weg lag zeeeer slecht), maar zo kwamen we wel bij idyllische plaatsjes bij een beekje met vele watervalletjes. We besloten onmiddellijk om ons even te verfrissen in het koele water. En Sebastian vond de plaats zo leuk dat hij er graag wou blijven voor zijn verjaardag de volgende dag.
Dus vulden we een zelf-registratieformulier in, staken geld in de bus en bleven er kamperen. Maar de nacht werd een nachtmerrie. Vliegende termieten waren onze camper binnengedrongen en onder onze camper hoorden we de ratten knagen. Bovendien was er geen zuchtje wind en lagen we allemaal weer kleddernat van het zweet.
We probeerden onze gedachten op de volgende dag te richten, speelden ventilator en probeerden om te slapen.

13 maart
Zodra de eerste zonnestralen doorbraken, zagen we weer het mooie plaatsje van de dag voordien. We begonnen de dag met pannenkoeken want SEBASTIAN was JARIG! Hij blies 8 kaarsjes uit en glunderde toen hij geschenkjes kreeg. De eerste uren speelde hij met de dinosaurusjes en het puzzeltje dat hij gekregen had, maar nadien ging hij ook heel graag weer naar het beekje over de rotsen waar hij en Gretel een dam bouwden terwijl ik genoot van een natuurlijke watermassage. Ondertussen maakte ik ook een schatkaart om het laatste geschenkje te vinden, wat Sebastian dan ook heel leuk vond.
Bijna de hele dag genoten we van deze mooie plaats (en kregen slechts één maal even bezoek van een ander koppel). Toen we in de late namiddag plots onweerswolken zagen opduiken, wisten we dat het tijd was om er te vertrekken. En dit was geen minuut te vroeg, want de “dirt road” veranderde langzaam in een modderstroom en we moesten 4 keer door het water rijden. Het was dus wel heel spannend, maar we zijn er door geraakt. Even verder langs de hoofdweg stopten we even bij een winkeltje en ontdekten dat je er krokodil kon eten. En Sebastian wou dit dolgraag proeven, dus deden we met hem mee en aten ook een stukje van de staart van een krokodil. En het witte vlees smaakte wel. We aten er ook nog rood drakenfruit en mango en reden terug naar Mareeba om er de was te doen.

14 maart
De veerboot bracht ons bij het Daintree National Park waar we het regenwoud verkenden. Het was er heel vochtig waardoor de glazen van Gerrit zijn bril steeds maar bedampten. Maar na de middag kwam de zon er door en maakten we er nog een kleine wandeling. Sebastian hoopte er een krokodil of een casuaris te zien, maar ik was toch blij dat we die niet in wild tegenkwamen. Daarna reden we, tussen vele suikerrietvelden door, naar de kampeerplaats in Palm Cove en wandelden er nog langs het mooie strand met palmbomen. In zee konden we hier echter niet gaan. Waarschuwingsborden wezen ons op de aanwezigheid van krokodillen, haaien en giftige kwallen. Dus genoten wij maar gewoon van het uitzicht en luisterden naar het geluid van de golven.

15 maart
Sebastian liet ons om 6 uur ’s morgens weten dat de zon aan het opkomen was, dus trokken we onze schoenen aan en gingen op een bankje bij het strand zitten om naar de opkomende zon te kijken.
Na het ontbijt reden we naar Cairns waar we de bibliotheek opzochten om weer eens op het internet te kunnen. Groot was onze verbazing toen we er zagen hoe enkele bomen in het park vol hingen met vleermuizen. Daarna wandelden we naar het openbare zwembad, maar hadden pech dat het begon te regenen. En dus besloten we het winkelcentrum op te zoeken. ’s Avonds reden we naar The Boulders in Babinda, waar we zouden kamperen, en zagen heel veel kikkers over de weg springen.

16 maart
The Boulders is een heel mooie plaats, met een wandelwegje naast een beekje met watervalletjes, een plaats waar je in het heldere water kan zwemmen, douches en toiletten. Bovendien mag je er 2 dagen gratis kamperen. Er is maar 1 puntje dat voor kampeerders wat minder is: het is één van de natste gebieden aan de oostkust van Australië. Bijna overal in Australië gelden er waterbeperkingen en smeken ze om regen, maar hier hebben ze al een record van 7,9 m regen gehaald in één jaar tijd. Het tropische regenwoud dat je hier vindt, is dan ook heel mooi, met vele vlinders tussen het groen en wolken die je tussen de bergen ziet hangen. En wij… wij trokken onze zwemkledij aan en gingen zingen in de gietende regen: “Singing in the rain!”
(Een hele dag in een warme camper zitten, was immers geen optie.)

17 maart
Na een wandelingetje bij de prachtige, wilde Josephine-watervallen
bezochten we in Innisfail de Johnstone krokodillenboerderij. We konden er zien hoe snel deze enorme beesten het water uitkomen en hun eten verorberen. Ook kregen we er te horen dat krokodillen regelmatig nieuwe tanden krijgen en hun lichaam eigenlijk een grote spierbundel is. En dat zo’n dier sterk is, konden Gretel en Sebastian voelen toen ze eens een kleintje mochten vasthouden. Enger nog vond Gretel de lange wurgslang die zich rond haar kronkelde, maar ze heeft de slang toch maar vastgehouden. En nadien nam ze ook nog een kleintje vast en streelden Gretel en Sebastian een blauwe-tong-hagedis. En natuurlijk vergaten we niet om de kangoeroes en kaketoes nog wat brood te geven.


18 maart
We zagen al eindeloze suikerrietvelden en besloten daarom vandaag een bezoekje te brengen aan het “Sugar Industry Museum”. Het was niet zo groot, maar de film die we er te zien kregen, was wel interessant. Daarna reden we door naar Bingil Bay waar we een prachtige (goedkope) camping vonden vlak bij de zee. We installeerden ons er, hingen de hangmat omhoog en hingen er ook een schommel aan een tak. Vlak bij het water zaten we, genoten van zonsondergang en zonsopgang, speelden er spelletjes, deden onze was en bleven er nog een extra dagje.

20 maart
In Mission Beach maakten we een korte wandeling door het regenwoud en zagen er een cassuaris in het wild, recht voor ons op het pad. Zoals aangegeven op de waarschuwingsborden stapten we rustig achteruit, maar genoten er toch van om deze mooie, grote vogel te zien in het wild.
’s Middags aten we in Tully, bij de grote regenlaars. En nadien reden we naar de Murray Falls. Het was er mooi, maar het regende ook weer, dus bleven we niet lang buiten en reden weer een stukje naar het zuiden.

21 maart
Ook vandaag namen we weer een afslag naar watervallen toe. Tot op de parking konden we echter niet geraken, want de floodway stond zo’n 20 cm onder stromend water. En daar reden we toch liever niet door met onze camper. Maar het was slechts 1 km meer, dus parkeerden we onze camper en gingen te voet verder, door het water.
Het wandelpad dat we vervolgens namen naar de watervallen, bleek een echt avonturenpad te zijn. Gelukkig hingen er kettingen waar we ons konden aan vasthouden, want de stenen in het stromende water waren vaak heel glad. Het uitzicht dat we uiteindelijk kregen was prachtig: een waterval die van heel hoog, met een enorme kracht en heel veel water, in verschillende etappes naar beneden kwam. Hier zijn op het einde van het regenseizoen heeft toch ook zijn voordelen.
Toen we onze weg vervolgden, passeerden we een plaats waar er een enorme keuze was aan sorbet en ander ijs. We proefden er drakenfruitsorbet en macadamia-ijs. Het was heerlijk.
Even later namen we de afslag naar Balgal Beach waar we nog eens fish & chips aten, schelpjes zochten, een spelletje speelden en babbelden met 2 Nederlandse meisjes die ook aan het rondtrekken waren.

22 maart
Vandaag kwamen we aan in Townsville, de stad van de speelpleintjes en de zwarte kaketoes die hier in het groen rondvliegen.
We verkenden “The Strand” en lieten onze kindjes naar hartelust spelen op de vele toestellen en uiteindelijk ook op een prachtig, gratis waterspeelplein. Het was superleuk om daar even een verfrissing te nemen, want in de zee kunnen we hier nog steeds niet gaan. We wandelden ook wat rond in de stad, deden inkopen, bezochten de bibliotheek en het informatiecentrum en lazen in boekjes. Townsville leek een gezellige stad, dus besloten we hier een paar dagen te blijven.

24 maart
We beklommen Castle Hill vanwaar we een prachtig uitzicht kregen over de stad.

25 maart
De camping waar we verbleven lag zo’n 50 km ten noorden van Townsville, dus besloten we zondag een rustdagje te nemen op de camping. Gerrit sprak er met de parkranger die ons liet weten dat er krokodillen in de beek zaten, net achter onze camper. Maar eigenlijk hoefden we niet bang te zijn, want die krokodillen kregen af een toe een hond te eten (van eigenaars die denken dat het waarschuwingsbord niet geldt voor hun hond en hun hond dus in het water laten gaan). En dus zouden de krokodillen niet uit het water komen om mensen aan te vallen. Maar in het water mochten we zeker niet gaan.

26 maart
Vandaag gingen we naar de garage want volgens Gerrit zou onze camper een gaatje in de uitlaat hebben. Hij dacht wel het zelf te kunnen herstellen en dus bestelden we het stuk, maar moesten er nog een paar dagen op wachten. Dus wandelden we weer wat rond in Townsville.

27 maart
Het REEF HQ in Townsville werd vandaag onze bestemming. De hele dag kregen we er uitleg over het Great Barrier Reef en het leven in de oceaan. Het was heel interessant en Gretel en Sebastian waren heel enthousiast over wat ze allemaal te zien kregen. Onze tekenaar ging aan het werk en Gretel noteerde de namen en enkele weetjes bij wat ze neerschreef.

28 maart – 29 maart
We namen afscheid van Townsville en reden zuidwaarts. Onderweg werkte Gerrit aan de camper en leek alles weer in orde te komen. Onze camper maakte geen vreemde geluiden meer.

30 maart
DE GROTE DAG VAN ONZE CRUISE!
We hadden er naar uitgekeken en het werd echt een fantastische dag. Een heel stabiele cruise-boot bracht ons van Airlie Beach, langs de Whitsunday Islands, naar het Great Barrier Reef (Knuckle Reef Lagoon). Daar lag een pontoon waar we alles vonden voor een luxe-dagje bij het rif. Gretel en Sebastian vonden de super-slide heel leuk, maar hielden ook van de mooie vissen en het prachtige koraal dat ze zagen toen we gingen snorkelen. We gingen ook even mee met een soort duikboot die ons eveneens een fantastisch zicht gaf op de onderwaterwereld (zonder dat we nat werden). En tussen de vele koraalsoorten zagen we de ene prachtige vis na de andere.
Het personeel op de boot was supervriendelijk en na een heerlijk buffet, deden Gerrit en ik onze eerste duik, terwijl iemand anders onze kindjes in het oog hield. Onze begeleider nam ons mee op een verbazingwekkende tocht onder water. Het voelde soms heel raar aan om te ademen onder water en je 8 m diep te laten zakken naar de bodem, maar Theunis stelde ons gerust en de onderwaterwereld was zo mooi!!!! We waren heel blij dat we toch die stap gezet hadden om eens een duik te wagen.
Op de terugweg konden we kijken naar Finding Nemo en vielen de kindjes in de camper al gauw in slaap.

31 maart
We deden inkopen, schreven ons dagboek en spraken nog veel over de vorige dag, die mooie herinnering die we nu hebben. We hopen dat het GREAT BARRIER REEF nog lang kan blijven bestaan.
Ondertussen reden we weer wat verder naar het zuiden.



1 april
GRETEL WAS JARIG en dat vierden we!
Ze kreeg verschillende geschenkjes waarmee ze zich uren kon bezighouden, maar ze had nog meer geluk. Want de vorige avond waren we terecht gekomen op een vrije kampeerplaats naast een veld waar net paardenpolo geoefend werd. Gerrit babbelde er met een paardeneigenaar en vader van 10 kinderen. En zo kwam het dat ze op haar 10de verjaardag toch ook eens op een paard kon zitten. Gretel straalde!
Maar een extra dag bleven we in St. Lawrence niet, want er zaten vrij veel muggen en dus reden we ook weer een stukje zuidwaarts, terwijl Gretel en Sebastian op zoek gingen naar de kroonjuwelen in een spel dat oma en opa hen gegeven hadden.

2 – 4 april
Deze dagen deden we niet veel speciaals. We deden inkopen, de was, reden een heel stuk, wandelden even rond in Tannum Sands, lieten de kindjes wat werken in hun boeken en speelden ook verschillende spelletjes op de vrije kampeerplaatsen waar we naartoe gingen.

5 april
In Bundaberg kwamen we terecht in een kunstcentrum waar we even weer dachten aan Zweden toen een glasblazer prachtige vaasjes en visjes maakte. Hij had zelfs glazen pennen (een 150-jaar oud ontwerp) die heel goed schreven en ook heel mooi waren.
Daarna bezochten we de Rumfabriek. Bundaberg Rum is hier immers heel bekend en dus wilden we er graag toch wat meer over weten. We zagen miljoenen liters “molasse”, het product dat overblijft nadat suikerkristallen uit het suikerrietsap verwijderd waren. En we zagen ook hoe de rum 2 jaar lang in grote houten vaten (tot 75000 l) bewaard wordt om te rijpen. Ooit werd geprobeerd om een andere houtsoort te gebruiken voor de vaten, maar toen vond men de smaak van de rum niet meer zo lekker. De rum had toen immers een euclyptus-smaak en aangezien koala-beertjes geen bankrekening hebben en de rum niet wilden kopen, zweert men hier nu bij de witte Amerikaanse eik om vaten te maken.
We kregen ook de fabriek te zien waar de rum in flesjes gedaan werd en kregen te horen dat rum drinken eigenlijk een soort sociaal werk is, aangezien er zoveel belasting op betaald wordt.
Wij gingen dus ook eens proeven, maar de pure rum is toch niet echt iets voor ons. Met cola erbij of als likeurtje hadden wij het veel liever. En het allerlekkerste was de chocoladesaus met rum!
Maar Bundaberg is niet enkel rum, ook het Bundaberg Ginger Beer is heel gekend en dus bezochten we ook de brouwerij. Op een kindvriendelijke manier werd hier verteld hoe natuurlijke ingrediënten gebruikt worden om het alcoholvrije “bier” te maken en hoe gistcelletjes zorgen voor bubbels in het drankje. Iedereen kon er proeven en we namen 6 verschillende smaken mee om later nog eens te genieten van een lekker drankje.

6 april
Goede Vrijdag is een vrije dag voor alle Australiërs en dus vonden we ze weer in het park en aan het strand in Bargara. Gretel en Sebastian genoten er nog eens van om weer in de golven van de zee te spelen. En we konden er ook mooi wandelen langs het water.

7 april
In Childers bezochten we een angora-geitenboerderij waar we konden voelen aan het zachte mohair dat de jonge geitjes leveren. Elke 6 maand wordt van hun vacht draad gesponnen op oude machines die in 1939 uit Engeland naar hier gebracht werden. En wij kochten 170 g van deze zachte draad om zelf een sjaal te breien voor als we weer in koudere streken zullen vertoeven. Hier hebben we immers nog steeds zomertemperaturen en hoeven we nog geen warme truien of sjaals te dragen.
Even verder kwamen we dan in Maryborough. Het was er heel stil op deze Stille Zaterdag want sinds gisteren is alles gesloten. Wel wandelden we er rond tussen vele mooie gebouwen en maakten we een foto bij het standbeeld van Mary Poppins. De schrijfster van het verhaal, Helen Lyndon Goff (Pamela Travers), is hier immers geboren in 1899. En daar zijn ze hier in Maryborough wel fier op. Bij het stadhuis vind je zelfs gegraveerde platen met tekeningen uit het verhaal die kinderen met papier en potlood kunnen overnemen.
We picknickten in het Queenspark en ontdekten er een “worstenboom”, die we wel grappig vonden.

8 april
PASEN, dat betekent paaseieren rapen en ja hoor, ook in Australië konden Gretel en Sebastian paaseieren rapen op een speelpleintje vlak bij onze kampeerplaats. Maar kwamen die nu van de paashaas of van de paasklok? (Hier in Australië lachen ze met de “Europese paasklokken”. Die eieren moeten toch breken als ze uit die klokken vallen. Dat weet toch iedereen met een beetje verstand!) En dus vind je hier geen paasklokken, maar was het vast en zeker de paashaas die de eieren bracht! En dus aten we paaseieren bij ons ontbijt. Maar ze mogen zeggen wat ze willen, de chocolade paaseieren in België zijn toch 100 keer lekkerder!
En Pasen, dat is ook vieren dat Jezus leeft. In de kerk die we vandaag bezochten, werd dat heel uitbundig gedaan, met veel muziek en ritme, met een drumstel, gitaar, keyboard, enthousiaste zangeressen, dankgebeden enzovoort. Na de viering werden we uitgenodigd voor een gratis koffie in het café en babbelden we nog met enkele heel vriendelijke mensen die ons allemaal het beste wensten voor onze verdere reis.

9 april
Heel vroeg hadden we onze wekker gezet, want in Tin Can Bay kan je ’s morgens vroeg een dolfijn eten geven en dat wilden wij niet missen. Gretel schrok wel een beetje toen de dolfijn op het visje in haar hand af kwam, maar ze vond het wel leuk om in het water te staan bij een echte, grote dolfijn. Hij heet Mystique en leeft hier in het wild, maar elke ochtend krijgt hij in Tin Can Bay zo’n 3 kg vis en dus blijft hij een vaste klant bij dit restaurant.

10 april
We bleven op een camping in Tin Can Bay waar we onze was konden doen, maar begonnen onze dag weer bij Mystique, de dolfijn die we een visje mochten geven. Daarna maakten we er nog een mooie wandeling en reden naar Rainbow Beach. Het was er regenachtig en we twijfelden of we de wandeling wel zouden doen (want af en toe viel het water met bakken uit de lucht). Maar we waren toch zo blij toen het bospad ons leidde naar een prachtig uitkijkpunt: een enorme zandberg vanwaar je een immens uitzicht had over de oceaan. En bovendien zagen we er een wondermooie, grote regenboog en kleuren in het zand. Het leek alsof we rondliepen in één of ander sprookjesverhaal.

11 april
In Gympie bezochten we de bibliotheek en speelden Gretel en Sebastian op het mooie speelplein in het park. Ja… in Australië worden de kinderen echt verwend wat speelpleintjes betreft. En ook veel volwassenen genieten van de bankjes, de barbecues, de mooie wandelpaadjes enz.

12 april
In Noosa Heads brachten we Gertrud en Helmuth Macey een bezoekje. We hadden hen ontmoet in Zweden, toen zij een rondreis door Europa maakten in een camper. En toen we via het internet lieten weten dat we in Australië waren, nodigden zij ons uit om eens langs te komen.
We voelden er ons heel erg welkom en ze boden ons zelfs een bed aan in hun huis. Wat was het leuk om nog eens in een echt huis te komen, gezellig in een zetel te zitten en te babbelen met hen, de badkamer te mogen gebruiken en nadien in een zacht bedje te kunnen kruipen.

13 april
Na een heerlijk, uitgebreid ontbijt waarbij ik voor het eerst avocado smeerde op mijn boterham, namen Helmuth en Gertrud ons mee naar een mooi stukje natuur waar we een wandeling deden en samen van een picknick genoten.
Ze toonden ons ook mooie plaatsen bij het strand in Noosa en lieten ons proeven van het beste ijs in hun stad. En ’s avonds aten we samen fish & chips, want ook dat hoort bij Australië.

14 april
In Eumundi is er op zaterdag een heel uitgebreide markt waar veel toeristen naartoe komen en dus gingen wij er ook even een kijkje nemen. Er waren enorm veel kraampjes en heel wat kunst te zien. Het was er gezellig wandelen en natuurlijk kon je er ook het één en ander proeven / eten. En zo aten wij vandaag voor het eerst een “pie”. We hadden het al veel gezien, maar het had ons nog niet echt aangetrokken. Toch vonden we dat we het eens moesten proeven en zo bestelden we er één met rundsvlees en verse champignons en één met spinazie en kaas. Deze laatste leek meer op een quiche, maar beiden waren wel lekker. Vooral Sebastian smulde van de eerste.
Verder kochten we ook rijpe avocado’s en deden we nog andere inkopen voor de avondmaaltijd die wij zouden klaarmaken bij Helmuth en Gertrude. En het werd er opnieuw heel gezellig.

15 april
Langs het strand maakten we een lange, mooie wandeling tot in het centrum van Noosa Heads. Daar gingen we even het water in en keerden dan terug om samen van een barbecue te genieten.

16 april
We huurden een bootje om de rivier te verkennen en kregen er ook 2 vislijnen bij. We kochten een zakje garnalen om aan de vishaak te hangen en trokken het water op. Maar het vissen wilde niet lukken en dus genoten we maar gewoon van het uitzicht langs de rivier.
Daarna speelden Gretel en Sebastian weer in de golven en maakten we bij Helmuth en Gertrud spaghetti klaar.

17 april
Na het ontbijt namen we afscheid van Helmuth en Gertrud en trokken we naar de Glass House Mountains. Het was een speciaal landschap waar we in terechtkwamen en we maakten er ook 2 wandelingen.

18 april
In Caloundra wandelden we vandaag langs de mooie boardwalk. Daarna gingen we het water in en deden nog wat inkopen. We moesten nog een eindje rijden eer we een rustplaats vonden, maar kwamen wel weer goed terecht.

19 april
In Brisbane had ik even het gevoel terug in Shanghai te zijn. Niet alleen omdat er zoveel Chinezen rondliepen, maar ook omdat deze stad zich, net als Shanghai, vollop ontwikkelde langs het water; met hoge flatgebouwen en speciale torens naast oudere gebouwen.
We bezochten er het Queensland Museum en ook de Queensland Art Gallery, waar we gratis konden binnenwandelen. Het was er heel leuk voor de kinderen, want er waren vele schildpadjes te vinden die op een kindvriendelijke manier uitleg gaven bij de kunstwerken. En bovendien konden Gretel en Sebastian op enkele plaatsen ook zelf aan de slag gaan en hun creativiteit de vrije loop laten. De dag vloog voorbij. Toch wilden we ook nog even wandelen langs de South Bank Parklands waar het heel gezellig was. En toen we op de terugweg een cinema passeerden waar een film van Mr. Bean vertoond werd, besloten we ook nog eens even van een film te genieten. Dat was immers al een hele tijd geleden.

20 april
Mijn slippers hadden het begeven, dus gingen we vandaag op zoek naar nieuwe slippers in de drukke winkelstraat van Brisbane. Het wemelde er van de shoppingcentra en allerlei andere speciale winkels. En natuurlijk had je er ook een enorme keus wat het eten betrof.
In de namiddag wandelden we nog langs de Botanical Gardens en namen we een kijkje in Parliament House. Alles was er heel “chique” en Sebastian vond de gouden stok die we er zagen prachtig!

21 april
We merkten het snel toen we aan de Goldcoast kwamen, want nergens anders in Australië zagen we zoveel hoge flatgebouwen bij elkaar. Het is een heel andere kustlijn, en je vindt er niet voor niets Surfers Paradise. Hoge golven trekken de surfers aan en ook Gretel en Sebastian speelden er graag in het water.
’s Avonds maakten we nog een mooie wandeling in het Nationaal Park van Burleigh Heads en kregen een prachtig uitzicht op de kustlijn van de Goldcoast. Daarna verlieten we de Sunshine State en reden naar een rustplaats in NSW.

22 april
Vanuit Murwillumbah reden we naar Mt. Warning voor een stevige klim. In het informatiekantoor werd ons echter meegedeeld dat er op de parkeerplaats regelmatig dieven actief waren. Ze weten namelijk dat mensen die de klim beginnen, weg zijn voor 4 – 5 uur. Dus namen we geen risico en bleef ik in de camper terwijl Gerrit met de kindjes de berg op ging. Ze waren heel enthousiast toen ze terugkwamen, maar Sebastian was wel heel erg moe. Hij ging dan ook niet mee toen ik met Gretel in de late namiddag nog een wandeling langs het strand maakte in Brunswick Heads.


23 april
Om half 6 maakte de zon ons wakker en reden we naar Byron Bay.
Gretel en Sebastian spelen ontzettend graag in het zand en dus besloten we vandaag maar eens de hele dag rust te houden bij het mooie strand.

24 april – 26 april
We deden weer een mooie lange wandeling langs het strand.
Gretel en Sebastian vonden het leuk om -voor ons uit- met een stokje woordjes te schrijven in het zand. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om hen enkele moeilijkere woorden te laten schrijven en zo enkele spellingregels aan bod te laten komen. En na deze “taalles in het zand” oefenden we nog eens enkele vermenigvuldigingen en schreven Gretel en Sebastian met een stokje de producten in het zand.
Later werkten ze ook nog in een Engelstalig werkboekje, speelden ze weer op het speelplein (waar we de schoolgaande jeugd zagen passeren in hun uniformpjes) en hield ik me bezig met het breien van een sjaal, het oplossen van sudoku’s enz.

27 april
’s Morgens kwamen we aan in Coffs Harbour. We zagen “The big banana” en besloten er een kijkje te gaan nemen. Zoals verwacht zagen we er al snel hoe de bananen groeien op een bananenplantage en kwamen we uit bij de souvenirshop waar heel wat bananenmateriaal te verkrijgen was. Maar nog veel leuker vonden we de rodelbaan waar we op een karretje naar beneden konden racen en de snoepjeswinkel waar we konden zien hoe ze de mooie figuurtjes maken in de snoepjes. En waar we dan natuurlijk ook eens mochten van proeven!
Gelukkig waren we vroeg gekomen, want ’s middags begon het te regenen voor enkele dagen en bleven we dus vaak in onze camper.
We gingen weer vroeg slapen (Sebastian rond 6 uur, Gretel rond 7 uur en wij rond 8 uur), want het is hier heel vroeg donker (om half 5 begint de zon hier al onder te gaan). En als je dan al om half 6 wakker was ’s morgens (omdat de zon er dan ook al was), had je toch al een mooie dag. Wij vinden gewoon dat het uur hier verkeerd staat en volgen dus meer het ritme van de zon. Als ik binnen een paar maanden terug in België ben, moet je me niet buiten verwachten om half 6 ’s morgens, maar hier…. is dat dus wel ons uur om op te staan en naar het (compost)toilet te gaan. (Wat zijn we blij als we ergens een normaal en proper toilet vinden, want na enkele maanden rondtrekken, beginnen we nu de composttoiletten toch echt wel beu te worden.)

30 april

Het was slechts 12 graden toen we deze morgen buiten kwamen en trokken dus snel een trui aan.

1 mei

“FOR SALE”. Vanaf vandaag hing het op onze camper. We maakten ook een affiche om uit te hangen op verschillende plaatsen en plaatsten de advertentie ook op het internet. Over 20 dagen zullen we immers Australië verlaten en dan hopen we met het geld van onze camper weer goed verder te kunnen trekken, richting Nieuw-Zeeland en de U.S.A. We zijn nog niet in Sydney, maar maakten wel al afspraken voor een poetsbeurt en een plaats op de car-market vanaf 6 mei.
Maar we zaten nog niet goed neer op het strand in Port Maquarie of er kwam al een telefoontje van iemand uit Sydney. Zouden we onze camper dan zo snel kunnen verkopen? Eigenlijk willen we nu nog geen afscheid nemen van ons huisje op wielen, maar het zou natuurlijk wel een zorg minder zijn als de camper verkocht is, dus besloten we een paar dagen vroeger naar Sydney te vertrekken.

2 mei
We lieten nog eens enkele wasmachines draaien en begonnen met het uitwassen van de kastjes. Ook al droomde Gerrit er al van om de camper te laten verschepen naar België, we hopen dat de verkoop toch goed mag verlopen.

3 mei – 4 mei
We vertrokken richting Sydney, maar het was heel druk op de weg en we konden pas in de namiddag blaadjes gaan uithangen op de advertentieborden in backpackers-hotels.
Na weer een nieuw telefoontje reden we naar Bondi Beach en Coogee Beach waar we een afspraak hadden met mensen die geïnteresseerd waren in onze camper. Het was er heel heuvelachtig en het rijden in de stad was voor Gerrit toch vermoeiend, maar de camper deed het prima en we kregen weer een prachtige zonsondergang te zien.

5 mei
Op een gegeven moment, toen Gerrit eens ferm moest remmen, hoorden we plots iets kloppen in het achterwiel. We reden net bij Ciril waar we de stofzuiger zouden mogen gebruiken voor een laatste poetsbeurt. Dus besloot Gerrit, samen met Ciril, het achterwiel er eens af te nemen om te kijken wat er mis zou zijn. Daar bleken we echter met een groot probleem te zitten, want een paar uur later kreeg ik te horen dat we er niet zouden weggeraken. Het was immers zaterdag en in de garage wilden ze pas maandag beginnen met het stuk dat hersteld moest worden. Daar stonden we dan, met een opgekrikte camper die niet meer kon rijden, op de oprit van Ciril.
Dat was niet onze bedoeling geweest! En de familie van Ciril was er helemaal niet gelukkig mee. (Achteraf hoorden we dat Ciril zijn vrouw niet zo best gezind was omdat Ciril hun huwelijksverjaardag vergeten was.) Ik belde daarom naar de Vlamingen die we hier in Australië leerden kennen en wat was ik blij toen zij ons met open armen ontvingen in hun huis!
Echt goed slapen kon ik niet, want ik dacht de hele tijd maar aan de camper, maar Shirley en Peter zijn zo’n lieve mensen en wat waren we blij dat we bij hen terecht konden.

6 mei
Op de dag dat we normaal gezien op de carmarket zouden staan, bleven wij bij Shirley, Peter en Nolle. Ik probeerde zo weinig mogelijk te denken aan de problemen die plots opdoken met de camper (op deze zondag kon er toch niets aan gedaan worden) en we besloten samen broodjes te bakken. Shirley en ik bleken beiden met een breiwerk bezig te zijn en we lazen in een Vlaams tijdschrift dat mijn mama me opgestuurd had. Gretel en Sebastian speelden samen met Nolle met de lego en heel wat ander speelgoed en hadden er een heel fijne dag. ’s Avonds kregen Shirley en ik zin om Sydney eens te verkennen en zo gingen wij dan eens samen op stap, terwijl Gerrit bij de kinderen bleef. Shirley bracht me naar het Belgian Beer Café, waar je wel een Belgisch biertje kan drinken maar er verder niet echt veel speciaals te beleven valt (de eigenaar is een Waal). Dus wandelden we even later verder en belandden zo in een cafeetje waar life muziek werd gespeeld en een paar brandweermannen ons een drankje betaalden. We voelden ons weer heeeeel jong en hadden een plezante avond waar we echt van genoten hebben.

7 mei
Gerrit was de hele dag in de weer met de camper en ik trok met Gretel en Sebastian, Nolle en Shirley naar de school van Nolle. We leerden de kinderen van zijn klas een beetje Vlaams met het liedje “Lief klein konijntje” en Shirley had ook wafeltjes gebakken die enorm in de smaak vielen bij de Australische kinderen (en juffen).
De camper was volledig hersteld en was dus klaar voor de verkoop.

10 mei
Reeds 3 dagen stonden we op de carmarket en kregen al enkele geïnteresseerde bezoekers. Maar geld kwam er nog niet op tafel, dus moeten we nog even geduld hebben. Het wordt natuurlijk wel spannender nu we dichter bij onze vertrekdatum komen en het verkeer in Sydney is ook niet wat je “ontspannend” noemt. Ik liet Gerrit vandaag dan ook alleen op de carmarket en ging met Gretel en Sebastian naar het Australian Museum. Er waren prachtige skeletten te zien en ook de onderzoeksruimte was aantrekkelijk voor de kinderen. Sebastian mocht er zelfs even een wandelende tak vasthouden. En Gretel vond het fijn dat ze er zoveel opgezette dieren mocht betasten.
’s Avonds gingen we met de trein bij Peter en Shirley en Nolle en krijgen er elke keer weer een aangenaam “thuis-gevoel”.

11 mei
Op de carmarket kwamen weer nieuwe mensen die interesse hadden voor onze camper, maar voorlopig bleef hij toch nog steeds van ons. Ik ging ondertussen met de kindjes weer eens wandelen in de stad en zo kwamen we bij het mooie Queen Victoria gebouw. Op de bovenste verdieping kan je er elk uur kijken naar enkele taferelen uit de geschiedenis die ronddraaien in een klein kasteeltje en dat vonden Gretel en Sebastian wel leuk. Nadien wandelden we nog wat rond in Darling Harbour, speelden de kindjes op het speelplein en stapten we weer de hele weg terug naar Kings Cross waar onze camper staat.

12 mei
Op deze zaterdag ging Nolle met ons mee naar de stad. We kochten ondertussen een weekabonnement op de trein en dus konden we nu heel gemakkelijk reizen. Terwijl Gerrit weer een dagje bij de camper bleef, trokken wij weer naar het Queen Victoria gebouw om er naar de riddertaferelen te kijken. Daarna wandelden we weer naar Darling Harbour om er te spelen en gingen er na onze picknick ook naar het outbackcentrum waar we een didjeridoo-show konden volgen. En zoals je het tegenwoordig in bijna alle grote steden vindt, passeerden we ook hier een klimmuur en een trampolineattractie. We hadden Gretel gezegd dat ze er ooit wel eens op zou mogen op een speciale dag. En Nolle had ook wel veel zin om eens te springen, dus besloten we dat het een speciale dag was (met Nolle erbij) en mochten ze het eens uitproberen. Gretel en Nolle kregen elastieken aangebonden en hup, daar gingen ze de lucht in. Gretel kreeg een beetje hoogtevrees en sloot haar ogen, maar voor de rest vond ze het springen wel supertof. En Nolle voelde zich superman, daar hoog in de lucht. Sebastian koos ervoor om de klimmuur op te gaan en hij deed het prima. Hij zou het wel nog willen doen.
Daarna stapten we naar het onderzoekscentrum in The Rocks, waar we foto’s van vroeger konden bekijken en wandelden we langs Harbour Bridge, Opera House en de botanische tuin (met vele vleermuizen en kaketoes) naar Kings Cross waar we de trein terug konden nemen. De camper was nog steeds niet verkocht.

13 mei
Het is moederdag en ik kreeg een mooie tekening, een beertje en chocolaatjes. Nolle had weer veel zin om met ons mee te gaan naar de stad en dus stelden we voor om met de kindjes naar het Powerhouse Museum te gaan. Maar niet alleen Nolle wou mee, ook Peter zijn ogen blonken en dus gingen de mannen met de kinderen naar het Powerhouse Museum terwijl ik en Shirley onze charmes zouden gebruiken om de camper te verkopen. En we babbelden met die enkelen die kwamen kijken en gaven hen alle voordelen van onze fantastische camper, maar er kwam niet zo veel volk. En dus speelden we 6 keer “Mens erger je niet”. We moeten geduld hebben!

14 mei
Hij was er weer, de Ier die het geld niet had voor onze camper en op het punt stond om een goedkopere van te kopen. Hij wou toch nog eens even kijken naar onze camper, want het comfort trok hem enorm aan. En wij somden alle pluspunten op en lieten hem een testritje doen met onze camper. Hij was VERKOCHT!
We kwamen een prijs overeen en hij betaalde een voorschot. De rest van het geld zou morgen overhandigd worden.
Wij kochten een fles (Australische) champagne en vierden feest!

15 mei
In de klas van Nolle werd vandaag een “IK-voorstelling” gegeven, een soort museumpje waarbij de kinderen, elk aan een tafeltje, zichzelf voorstelden aan de ouders. Ook wij waren welkom om een kijkje te nemen en stonden versteld van de vele culturen die in zijn klas samen zitten. Deze kinderen wonen hier in Australië, maar hebben ouders uit allerlei verschillende landen, met andere gewoontes en vaak ook een andere thuistaal (Filipijns, Libanees, Arabisch, Indisch, Afrikaans, Grieks, Engels en Vlaams).
Even later kregen we een telefoontje dat de rest van het geld er was en trokken we weer naar de stad. We overhandigden de sleutels en de papieren en sloten een stukje af in ons reisverhaal.


16 mei
Nolle wou graag nog eens feest vieren en dus versierden we het huis met ballonnen en slingers en aten we pannenkoeken. ’s Avonds speelden we “De kolonisten van Catan”, een spel dat we thuis hebben en heel graag spelen. We vonden het hier in een gespecialiseerde winkel en wilden het zo graag voorstellen aan Peter en Shirley die ook van gezelschapsspelen houden. En het spel viel enorm in de smaak.

17 mei-19 mei
We maakten nog wat gebruik van ons treinticket en trokken zo naar Paramatta en Chinatown, waar we nog enkele kleine souvenirtjes kochten zoals een lachende knuffelkookeburra, een knuffelwombatje, een knuffelkangoeroetje enz.
Op zaterdag vond je mij vooral in de keuken waar ik nog eens zelf lasagne en rijstpap maakte en begonnen we met het klaarmaken van onze bagage want ons avontuur in Australië was bijna voorbij.

20 mei
Op onze laatste dag in Sydney, gingen we met de trein + ferry + bus (daytripper-ticket) naar Watsons Bay, Bondi Beach en Manly. We maakten er mooie wandelingen langs de kliffen en sloten ons avontuur in Australia af met een lekker ijsje. En ’s avonds speelden we nog eens “Catan” met Peter en Shirley, die ondertussen sterke spelers geworden zijn.

21 mei
Peter bracht ons naar de luchthaven en wij verlieten Australië. We hadden hier een prachtige tijd en hopen ooit nog eens terug te kunnen komen, al was het maar om onze nieuwe vrienden nog eens terug te zien. Wij willen hen alleszins even hartelijk ontvangen als zij naar België komen. BEDANKT PETER, SHIRLEY en NOLLE voor jullie gastvrijheid, voor het thuisgevoel waarvan wij konden genieten en de vele gezellige momenten die we samen mochten meemaken!

BYE BYE AUSTRALIA !


Tuesday, April 25, 2006

Reisinfo Australië

januari: Sydney

De Blue Mountains hebben hun naam te danken aan de blauwe nevel die de eucalyptusbomen omsluiert. Te bezoeken: Sublime Point, de Gordon Falles en Echo Point met de Three Sisters. Met de Scenic Railway kan je 450 m naar beneden afdalen in het regenwoud waar je een wandeling kan maken. (YHA Blue Mountains Katoomba is een super jeugdherberg!)

maart: Melbourne

Een aangename stad met mooie parken.

Wilson Promotory is het meest zuidelijke punt van Australië. Je kan er wandelen langs de rotsstranden, tussen de gombomen en de reuzenvarens en de vele diersoorten die dit park rijk is. Met wat geluk kan je kangoeroes, wombats, emoes en koala’s bewonderen in hun natuurlijke omgeving.

Foster-Port Campbell
Langs de prachtige kustweg doorkruis je heuvelachtige landschappen met schilderachtige boerderijen, omgeven door massa’s schapen en runderen.
In het Port Campbell National Park zie je de door de kracht van het zeewater ontstane ruwe rotsformaties.
Langs de Great Ocean Road kan je verschillende stops maken in het Port Campbell National Park. In het Towerhill Park kan je wandelen in kraters van eeuwenoude vulkanen. Door grote wouden gaat het dan verder tot in Robe.

Robe-Kangaroo Island
Via het Coorong National Park, een broedplaats voor duizenden pelikanen en de meren Alexandria en Albert bereik je Penneshaw waar je de ferry kan nemen naar Kangaroo Island.
Dit is het derde grootste eiland van Australië.
Seal Bay: Hier bevind je je temidden van de Australische zeeleeuwen. Ook een bezoek aan het Flinders Chase National Park met de Remarkable Rock en Admiral’s Arch zijn de moeite waard.
Ondertussen zie je ook koala’s en kangoeroes. ’s Avonds kan je op de uitkijk staan om de pinguins te bewonderen die hier in grote aantallen aanwezig zijn.

Erlduna – Alice Springs
Attracties van Alice Springs: The Flying Doctors, The school of te Air, Anzac Hill,
Ayers rock. De plots opduikende monoliet is een echt natuurwonder. De inheemse bevolking, de Aboriginals, maakten hier heel wat rotstekeningen.
King’s Canyon: hier kan je prachtige wandelingen maken.
Macdonnel bergketen + belangrijke waterputten in een onherbergzaam gebied.


mei: Cairns

Het Mossman Gorge National Park (zwemmen!) en het typische haventje Port Douglas.
Cape Tribulation: tropische regenwouden
Great Barrier Reef
Kuranda: Met de legendarische trein sporen langs watervallen, houten bruggen en diepe valleien tot het in het regenwoud gelegen Kuranda. Met de Skyrail afdalen en in het Aboriginal Dance Theater kijken naar de dansen en het leven van de Aboriginals uit het regenwoud.

Townsville: dierentuin Billabong! Hier kunnen de kinderen een koalabeertje in hun armen nemen.